Marjolijn van Kooten: ‘Je emancipeert het onderwerp door er grappen over te maken’

Marjolijn van Kooten (46) heeft al ruim twintig jaar last van een paniekstoornis. Op haar 23e kreeg ze voor het eerst een paniekaanval en al gauw volgden er meer. Een paar jaar later durfde Marjolijn haar huis niet meer uit en raakte ze in een depressie.

Foto: Jaap Reedijk

Inmiddels gaat het stukken beter. Waar ze het hebben van een angststoornis vroeger nog een ‘wijvenkwaal’ vond, staat ze nu vol trots in het theater met de show Geen paniek. Ze tourt heel Nederland door om op te treden en probeert taboes te doorbreken. “Ik wou dat ík een paar jaar geleden iemand had gehad die over zijn ervaringen met angst en paniekaanvallen had verteld”.  

Je hebt al heel lang last van een paniekstoornis. Wat was de eerste keer dat je dit aan iemand vertelde?

Marjolijn: Ik herinner me niet echt een eerste keer, maar toen ik nog in Zaandam woonde, liep ik bij een eerstelijnspsycholoog. Ze zei na een paar weken: ‘Ik denk dat je een wat intensievere behandeling nodig hebt’, want het ging eigenlijk steeds slechter met me. Ik werd doorverwezen naar de dagbehandeling en ja, toen moest ik opeens iedereen bellen om te vertellen dat ik niet meer kon werken.

Hoe vonden zij dat?

Dat was wel raar, want mensen verwachtten het niet bij mij. Ik ben altijd heel stoer geweest, ook als jong meisje. Ik zat op voetbal, ik had een grote mond en werd er in de klas altijd uitgestuurd.

Is je contact met anderen hierdoor veranderd?

Mijn contacten zijn er waardevoller en eerlijker door geworden. Als ik me kwetsbaar opstel, durven anderen dat ook. Ze zijn dan vaak opgelucht als ze het van mij horen, dan denken ze: ‘Oh, zij mankeert ook wat! Dan kan ik mijn verhaal ook wel vertellen’.

Dat je open bent over je angsten is al knap, maar jij maakt er zelfs theater over. Wanneer besloot je dit onderwerp te bespreken op het podium?

Eigenlijk al tijdens mijn theateropleiding. Als je theater maakt, ga je op zoek naar iets wat er bij jou leeft. Het moet geen therapie worden, maar tijdens het maakproces ga je wroeten in jezelf. Ik wil geen theater maken dat nergens over gaat. Ik vind het heel leuk om heel hard te lachen, maar er moet iets tragisch onder zitten. En ik wil met theater ook heel graag het taboe aanpakken.

Heb je tijdens je show dan nooit last van paniek of angst?

Nee! Ik zit tijdens het optreden helemaal in een flow en ik ben dan echt in het moment. Dat gebeurt me in het dagelijks leven bijna nooit. Ik heb wel heel lang gehad dat ik vóór een show paniek had. Dat hebben alle beginnende artiesten wel, maar bij mij was het dan nog heftiger. Dan hoopte ik van tevoren stiekem dat het pand was afgebrand. Of in ieder geval dat er een reden was waardoor de voorstelling gecanceld moest worden. Maar tijdens de show? Nooit.

Is het optreden over dit onderwerp voor jou een vorm van zelfheling?

Niet per se, maar het maakproces wel. Wat wel helend is, is dat alle zalen vol zitten. Dan denk ik: ‘Zie je wel, ik ben echt niet de enige’.

Wat voor reacties krijg je na een optreden?

“Ik verkoop mijn boek Schijtluis na afloop en dan staat er een hele lange rij. Mensen komen naar me toe om te vertellen dat zij er ook last van hebben, of iemand kennen die het heeft. Maar soms staan er ook van die natuurgenezers in de rij. Dan geven ze me een kaartje en zeggen ze dat ze me kunnen genezen. Daar heb ik inmiddels een radar voor: ik zie ze van ver aankomen.”

Waarom denk je dat humor een goeie manier is om het taboe aan te pakken? 

Humor relativeert. Het lucht gewoon op. Ik wissel het ook af met serieuzere stukjes, maar het is natuurlijk ook gewoon theater. Geen groepsgesprek of zo. En overal mogen grappen over worden gemaakt, dus hier moet dat ook kunnen. Daarmee emancipeer je het onderwerp.

Is je leven veranderd sinds je theater bent gaan maken over je angststoornis?

Ja, heel erg. Toen ik naar de theateracademie in Amsterdam ging, woonde ik nog in Zaandam. Dat was heel ingewikkeld, want ik was doodsbang voor het reizen met de trein. Ik durfde in die tijd alleen maar met de auto naar school. Na het eerste jaar verhuisde ik naar Amsterdam en kon ik met de fiets naar de academie. Toen ik voor de eerste twee seizoenen van mijn show het hele land door moest reizen, heb ik die reisangst overwonnen. Die passie voor theater was zo groot, dat ik het ervoor over had.

Hoe zie je jouw toekomst voor je als cabaretier?

Ik wil graag een breder publiek aanspreken, want mijn cabaret is voor iedereen. Maar ik zal altijd wel op een cynische manier in de hoek van psychiatrie en psychologie blijven. Ik vind het heel leuk om die chagrijnige houding te voelen op het toneel. Dus het zal altijd wel een beetje depri en humeurig zijn. Maar vooral natuurlijk om heel hard om te lachen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *